Deventer als bisschoppelijke hoofdstad

 

De religie heeft in de historie van Deventer altijd een belangrijke rol gespeeld. De bekende Angelsaksische monnik Lebuïnus bouwde rond 700 n. Chr. Een houten kerkje op de plaats waar nu de grote kerk te vinden is.

 

Deventer werd zó belangrijk als kerkelijke stad, dat de Utrechtse Bisschop Odilbald naar Deventer uitweek. Op die manier verwierf Deventer belangrijke rechten, zoals Het recht om eigen munten te slaan. In 1046 kwam Bisschop Bernold naar Deventer en werd op de plaats van het houten Kerkje een stenen basiliek gebouwd. Het Bisschoppelijk paleis Werd gebouwd op de huidige plaats van de Nieuwe Markt en De Hofstraat.

 

De wonderbaarlijke genezing Deventer is altijd al een stad van wonderen geweest,Maar deze wonderbaarlijke genezing zal voor altijd Het wonderbaarlijke karakter van Deventer symboliseren. Bisschop Odilbald en zijn gevolg trokken, zoals in die Dagen gebruikelijk was, in een kleurrijke processie door De Deventer binnenstad. Juist voor een herberg, het Pand war nu de Zevende Hemel is gevestigd, hield de Bisschop plotseling stil. De processie stokte. Het oog van De kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder was op een Blinde, dove man gevallen, die met zijn rug tegen de Muur van het pand zat. De Bisschop haaled, gedreven Door erbarmen, voor de man een glas gerstenat uit Deze bijzonder herberg. Er gebeurde iets ongelooflijks. Na slechts één slok veerde de man als door de bliksem Geraakt op en schreeuwde het uit: “ik kan weer zien!”